Oude Begraafplaats in vogelvlucht

 

 

Op 25 november 1812 krijgt ‘den heer Maire van Veenendaal’ een brief van de Onderprefect van het Arrondissement
Amersfoort dat het vanaf december 1812 niet meer is toegestaan om de overledenen in de kerk te begraven.
Op zich zou dat geen probleem zijn omdat men rond de Oude Kerk op de Markt ook een kerkhof heeft maar de regels schrijven voor dat ‘het Kerkhof moet leggen ruim, lugtig en op een afstand van 40 metres van den omtrek den bewoonde plaatsen’. Dat laatste was in Veenendaal niet het geval en moest er noodgedwongen uitgezien worden naar een perceel grond waar geen huizen in de buurt stonden. Buiten de toenmalige bebouwde kom dus.

 

Reeds in 1812 valt het oog op een perceel bouwland gelegen ‘tusschen de kerk en de oude Molen’ aan het Kostverloren dat eigendom is van Johanna Maria Wildeman. De onderhandelingen over het perceel, dat in de volksmond de naam ‘Het Heuveltje’ had, gingen van start. Mevrouw Wildeman liet zich adviseren door Veenendaler Antonie van der Poel. In 1828 is er eindelijk een akkoord en gaat het perceel grond op 30 januari 1829 voor 500 gulden in eigendom over naar de gemeente Veenendaal (voor 2/3) en naar de gemeente Ede (voor 1/3 gedeelte). Ede betaald aan deze aankoop mee omdat ook de overledenen van Gelders Veenendaal
hier begraven gaan worden. Johanna bedingt naast de prijs ook twee graven op deze begraafplaats maar is niet in de door haar bedongen graven begraven. Ze heeft het grafrecht over gedaan aan haar adviseur Antonie van der Poel, de voormalige wethouder van Veenendaal, die aldaar in 1848 in een grafkelder is bijgezet. Ook zijn Judith van Dolder in 1857 en Kl. van der Poel in 1866 in deze grafkelder bijgezet.
Hoewel de afdekplaat sinds 1986 langs het hoofdpad ligt is de grafkelder nog steeds onder het gras aanwezig. Het grafrecht is later overgegaan op mevrouw Roghair van Rijn te Wageningen.

 

 

 

Op deze begraafplaats is van 1829 tot en met 1947 begraven. De begraafplaats was ingedeeld in vakken. Zo noemde men de vakken van de eigen graven, waar nu nog de graven met de hekjes staan, Noordoost en Noordwest. Op Noordoost hadden 189 en op Noordwest 161 families een eigen graf. Volgens de in het gemeentearchief nog aanwezige overzichten hadden bijvoorbeeld de families Brinkhuis en van Burken een gemetseld graf, de families Bomas en Van de Schans een grafkelder en de families Drost, van Beek,
Van Barneveld een grondgraf. Zo zijn in het graf van mijn voorvader Klaas de Waal tussen 1853 en 1916 maar liefst 17 overledenen begraven.

 

Het aantal begraven personen op deze begraafplaats loopt in de duizenden. In 1812 woonden er in Stichts en Geldersch Veenendaal ongeveer 3100 mensen en op de Joden na werd bijna iedereen hier begraven. De bereikte leeftijden waren zeer divers zo blijkt uit het register van Begravenen. We weten dat de gemiddelde leeftijd ongeveer 45 jaar was en dat het aantal inwoners flink steeg wat betekent dat er op de Oude Begraafplaats minimaal 6000 maar mogelijk wel 7000 mensen begraven liggen. In 1917 is er begonnen met het uitgeven van graven op de nieuwe algemene begraafplaats aan de Munnikenweg waardoor de Oude Begraafplaats gedurende 30 jaar alleen nog voor bijzettingen in bestaande graven is gebruikt.

 

In de 70-er jaren van de vorige eeuw wilde men de begraafplaats ruimen om er door de V.S.W. een fabriek op te laten bouwen maar dit plan is nooit uitgevoerd. Tijdens de renovatie van 1986 zijn een aantal gedenkstenen langs het middenpad gelegd en geven dus niet meer de positie aan waar de op de gedenkstenen genoemde personen daadwerkelijk begraven liggen. De overige gedenkstenen zijn vernietigd. Uitzondering vormen
de drie graven met een hekje er omheen en de herontdekte gedenksteen van dominee Bervoets die aldaar in 1881 is begraven. De grillige rij beukenbomen langs de Weverij is ontstaan omdat men een aantal jaren na de sluiting in 1948 is gestopt met knippen van de beukenheg waardoor de inmiddels 175-jarige beukenheg uitgegroeid is tot wat het nu is.

 

Aart Aalbers